EEN KWESTIE VAN WILLEN

Al ruim 15 jaar verzorg ik opleidingen en trainingen in verschillende wsw-bedrijven. Vanaf het begin kreeg ik geregeld de vraag: wsw-bedrijf? Wat moet je de mensen daar dan leren? En iedere keer was dan weer het antwoord: dat wat iedere medewerker in ieder ander bedrijf zou moeten leren: bijvoorbeeld communiceren, leidinggeven, verantwoordelijkheid nemen, voor jezelf durven opkomen.

Niet alleen buiten het wsw-bedrijf kreeg ik vragen. Bij wsw-bedrijven waar ik voor het eerst kwam, werd me geregeld de vraag gesteld of ik de wsw-cursisten wellicht anders behandelde dan ik cursisten uit een regulier bedrijf behandelde. Het antwoord was ook hier weer iedere keer hetzelfde: nee, een cursist is een cursist. Het maakt niet uit waar hij werkt.

Ongewenste situatie

Vanaf het moment dat ik in deze bedrijven ging trainen was voor mij ook duidelijk dat het een ongewenste situatie was. Een bedrijf met 1500 of meer medewerkers die blijkbaar niet ergens anders terecht kunnen. Maar ondertussen onderhouden ze wel het plantsoen, leggen ze tuinen en wegen aan, bouwen ze huizen, verpakken ze tubes tandpasta en shampoo en doen ze montagewerk. Het wil er bij mij niet in, dat dat in een ander (regulier) bedrijf niet zou kunnen.

Ik word nog steeds gesterkt in dat idee door de vele gesprekken die ik met  mijn cursisten voer. Ze willen veelal best in een regulier bedrijf werken. Maar wil dat reguliere bedrijf ons wel, is dan de vraag. Wat gebeurt er wanneer ik ziek word? Kan ik het werktempo daar wel aan? Terechte vragen.

Participatiewet

Ondertussen is de Participatiewet aangenomen. Wsw-bedrijven mogen vanaf 1 januari 2015 geen nieuwe mensen meer aannemen. De wsw’er moet zoveel mogelijk de reguliere arbeidsmarkt op. Een mogelijk quotum (met, jawel,  een dreigende boete!)  moet werkgevers er bovendien toe brengen mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan een baan te helpen.

Wat een toestand. Eigenlijk zou die Participatiewet helemaal niet nodig moeten zijn. Het zou heel gewoon moeten zijn dat iedereen, ongeacht beperking of vaardigheden, ergens een plekje heeft in een bedrijf of organisatie. Want wanneer ik iedere cursist gelijk behandel, zou je toch als werkgever ook iedere medewerker gelijk moeten kunnen behandelen? Er moet dan voor iedereen toch ergens een plekje te vinden zijn?

Wennen en willen

Natuurlijk, dat gaat allemaal niet vanzelf. Het betekent dat je moet wennen aan elkaar. De werkgever moet wennen aan werknemers met een beperking; de werknemer moet werken aan de cultuur in een regulier bedrijf. Maar dat zijn allemaal geen onoverkomelijke zaken. Je kunt leren omgaan met mensen met een beperking. Je kunt leren werken in een andere cultuur. Dat is een kwestie van willen, niet van kunnen. Van beide kanten.

Gelukkig zijn er organisaties die er aan werken om mensen met een beperking aan te nemen. Niet vanwege het dreigende quotum, maar omdat ze hun maatschappelijke verantwoordelijkheid kennen en nemen. Zij vragen mij om leidinggevenden op te leiden om met deze “nieuwe” doelgroep te kunnen werken. Op deze manier verplaatsen mijn trainingen zich beetje bij beetje van het wsw-bedijf naar reguliere organisaties. Een gewenste situatie!

Ronald Steunenberg
Directeur HollandsWerk Opleiding en Training